NEN 2535 uitgelegd: de norm voor brandmeldinstallatie

27 februari 2026

Een brandmeldinstallatie is vaak de eerste verdedigingslinie bij brand. Maar wanneer is een installatie “goed genoeg”? En hoe weet u of uw systeem voldoet aan de wettelijke eisen? De NEN 2535 geeft daar het antwoord op.

Toch is het geen norm die u even leest en afvinkt. Het is een technische richtlijn vol eisen over ontwerp, projectie, componentkeuze en doormelding. In deze blog leggen we in gewone taal uit wat NEN 2535 inhoudt, wanneer hij verplicht is, en hoe u er in de praktijk aan voldoet.

Wat is NEN 2535 eigenlijk?

De NEN 2535 is de Nederlandse norm voor het ontwerp, de aanleg en de projectie van brandmeldinstallaties. Kort gezegd beschrijft de norm hoe een brandmeldinstallatie moet zijn opgebouwd om brand tijdig te detecteren en adequaat te alarmeren.
 

De norm behandelt onder andere:

  • Detectieprincipes: welk type melder gebruikt u waar (rook, thermisch, multisensor)?
  • Projectie: hoe en waar moeten melders geplaatst worden om dekking te garanderen?
  • Centrale opbouw: eisen aan voeding, lussen, bekabeling en storingssignalen.
  • Doormelding: wanneer en hoe meldingen doorgestuurd moeten worden naar brandweer of PAC.
  • Compatibiliteit: hoe onderdelen samen moeten werken om betrouwbaar te functioneren.
  • Documentatie: wat er in het Programma van Eisen (PvE) en de opleverdocumentatie moet staan.


De NEN 2535 is dus geen handleiding van een merk, maar een landelijke spelregelset voor ontwerpers, installateurs, beheerders en toezichthouders.


In de praktijk staat de NEN 2535 zelden op zichzelf. In veel gebouwen wordt een brandmeldinstallatie gekoppeld aan een ontruimingsalarminstallatie volgens de NEN 2575. Waar de NEN 2535 gericht is op het tijdig detecteren van brand, beschrijft de NEN 2575 hoe aanwezigen worden gewaarschuwd om veilig te kunnen ontruimen. In circa 90% van de situaties worden deze installaties daarom in samenhang ontworpen en toegepast.
 

brandmeldcentrale-dynamx-header.jpg

 

Wanneer geldt NEN 2535?

In de meeste utiliteitsgebouwen en grotere wooncomplexen is de NEN 2535 verplicht via het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Dat betekent: als uw gebouw een brandmeldinstallatie moet hebben volgens het Bbl of het omgevingsplan, dan moet die installatie voldoen aan de NEN 2535.


In veel gevallen schrijft het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) naast een brandmeldinstallatie ook een ontruimingsalarminstallatie voor. Die moet dan voldoen aan de NEN 2575, waardoor beide normen vaak gelijktijdig van toepassing zijn.
 

Dat geldt onder andere voor:

  • Gebouwen met een verhoogd brandrisico (zoals zorginstellingen, hotels, onderwijs).
  • Gebouwen waar veel mensen tegelijk aanwezig zijn of waar zelfredzaamheid beperkt is.
  • Gebouwen waar brandcompartimentering essentieel is voor vluchtroutes.


Voor kleinere bedrijven of vrijwillig geplaatste installaties is de norm niet verplicht, maar wel sterk aanbevolen. Wie zich aan de NEN 2535 houdt, toont aan dat het systeem professioneel en aantoonbaar veilig is. Dit helpt ook verzekeringen, vergunningen en audits.
 

brandbeveiliging-dynamx.jpg

De kern van NEN 2535 in begrijpelijke taal

Om te begrijpen wat de norm vraagt, is deze op te delen in drie fasen: ontwerp, uitvoering en oplevering.

1. Ontwerp: het Programma van Eisen (PvE)

Alles begint met een PvE. Hierin wordt vastgelegd wat het doel van de installatie is, welke ruimten beveiligd moeten worden, welk type melders gebruikt wordt en hoe de doormelding geregeld is.

Het PvE is verplicht bij gecertificeerde brandmeldinstallaties en wordt opgesteld door een deskundige partij (bijvoorbeeld een gecertificeerd brandveiligheidsadviseur). Het document is de rode draad tijdens ontwerp, aanleg en inspectie.

Tip: actualiseer het PvE bij elke functiewijziging of verbouwing. Veel afkeur bij inspecties komt doordat het PvE verouderd is.

2. Uitvoering: ontwerp en projectie volgens de norm

De NEN 2535 beschrijft exact hoe de installatie moet worden ontworpen:

  • Detectoren moeten binnen specifieke afstanden tot plafond, wanden en obstakels hangen.
  • Brandmeldcentrale en voeding moeten op een veilige, toegankelijke plaats staan.
  • Bekabeling moet brandwerend zijn of zo zijn gelegd dat functiebehoud is gegarandeerd.
  • Koppelingen met OAI, liften of GBS moeten logisch en traceerbaar zijn.
  • Doormelding moet betrouwbaar zijn en voldoen aan de actuele eisen van de veiligheidsregio of PAC.

Veelgemaakte fout: melders te dicht bij ventilatieopeningen plaatsen. Luchtstroming kan rook verdunnen en detectie vertragen.

3. Oplevering: aantoonbaar conform

Na installatie moet u kunnen aantonen dat de brandmeldinstallatie daadwerkelijk aan de NEN 2535 voldoet.

Dat doet u met:

  • As-built tekeningen en configuratiebestanden.
  • Testrapporten van alle melders en koppelingen.
  • Een ingevuld opleveringscertificaat.
  • En natuurlijk: het complete logboek volgens NEN 2654.

Zodra de brandmeldinstallatie volgens het Bbl verplicht is, volgt daarna een inspectie volgens het CCV-inspectieschema. Pas dan krijgt u het officiële certificaat.


checklist-brandmeldinstallatie.png
 

Hoe voldoet u aan NEN 2535 in 6 praktische stappen

  1. Begin bij het PvE
    Laat dit opstellen door een deskundige partij. Vermeld hierin ook de eisen van de brandweer, verzekeraar en vergunningverlener.
  2. Werk samen met een erkend installateur
    Alleen een partij met aantoonbare kennis van NEN 2535 mag het ontwerp en de aanleg uitvoeren. Vraag naar referenties en certificering (bijv. BMI/OAI-erkenning).
  3. Betrek de beheerder brandmeldinstallatie vroegtijdig
    Die moet later onderhoud en testen uitvoeren. Door hem nu al te betrekken, voorkomt u onpraktische oplossingen (zoals moeilijk bereikbare melders).
  4. Voer tussentijdse controles uit
    Laat tijdens aanleg al steekproeven doen op bekabeling, lusmetingen en compartimentering. Dat voorkomt kostbare herstelwerk bij oplevering.
  5. Leg alles vast
    Documentatie is cruciaal: PvE, testresultaten, kabelmetingen, tekeningen, instellingen. Wat niet op papier staat, telt bij inspectie niet mee.
  6. Plan onderhoud en beheer meteen in
    De NEN 2535 stopt bij oplevering, maar beheer volgens NEN 2654-1 begint daarna. Zet dus meteen onderhoudscontracten en testprocedures klaar.

Hoe Dynamx kan helpen

Het toepassen van de NEN 2535 vraagt niet alleen technische kennis, maar ook aantoonbare kwaliteit en ervaring. Daarin maakt Dynamx het verschil. Wij zijn erkend brandmeldinstallatie- en onderhoudsbedrijf, officieel gecertificeerd door Kiwa / NCP en het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV). Die erkenning onderstreept onze toewijding aan kwaliteit, betrouwbaarheid en veiligheid in elk project dat we uitvoeren.

Als partner denken we vanaf het Programma van Eisen (PvE) mee, ontwerpen we installaties die volledig voldoen aan NEN 2535, NEN 2654 en de actuele eisen uit het Bbl. Daarnaast begeleiden we het proces tot en met inspectie en certificering.

Of het nu gaat om nieuwbouw, renovatie of de modernisering van een bestaande installatie: wij zorgen dat uw brandmeldinstallatie technisch betrouwbaar, goed beheersbaar en toekomstbestendig is. Zo heeft u een aanspreekpunt voor ontwerp, uitvoering en beheer.  Neem contact met ons op via 0348 – 45 22 24 of info@dynamx.nl.