Hoe lang gaat een brandmeldinstallatie mee?

Een brandmeldinstallatie (BMI) is het zenuwstelsel van je brandveiligheid. Ze waakt dag en nacht over mensen, processen en gebouwen. Toch komt er een moment dat de installatie niet meer de betrouwbaarheid biedt die jij nodig hebt. Detectoren vervuilen, onderdelen verouderen en software wordt niet meer ondersteund. De vraag is dan: wanneer is vervangen echt nodig en wanneer kun je verantwoord doorgaan met wat je hebt?

 

Hoelang gaan de onderdelen van een brandmeldinstallatie mee?

Er bestaat geen harde vervangingsdatum voor een BMI. Alles draait om kwaliteit van onderhoud, omgeving en belasting. Toch zijn er realistische bandbreedtes uit de praktijk:

 

Component Richtwaarde levensduur Belangrijke invloeden Vroege waarschuwingstekens
Brandmeldcentrale
 
10 - 15 jaar Warmte, stof, spanningskwaliteit Firmware end-of-life, storingen
Luskaarten/modules
 
10 - 15 jaar EMC-storingen, overspanning Onverklaarbare lusfouten
Voeding/laders
 
8 - 12 jaar Temperatuur, belasting Onstabiele spanning, thermische fouten
Accu’s
 
3 - 5 jaar Temperatuur, laadcycli Capaciteit <80%, zwelling
Bekabeling
 
20 - 30 jaar Mechanische belasting, vocht Isolatiefouten, aardsluiting
Handbrandmelders
 
15 - 20 jaar Mechanische slijtage Contactproblemen
Optische rookmelders
 
8 - 12 jaar Stof, aerosolen Vervuilingsmeldingen, valse alarmen
Thermische melders
 
10 - 15 jaar Temperatuurpieken Drift in meetwaarde
Multisensoren
 
8 - 12 jaar Damp, vuil Onlogische meldingen
Signaalgevers
 
10 - 15 jaar Vocht, corrosie Geluid neemt af, uitval bij test
Doormelding/PAC-modules
 
8 - 12 jaar Netwerkveranderingen Protocol EoL, verbindingsverlies

 

Een schone, droge technische ruimte en consequent onderhoud maken vaak het verschil tussen 10 en 20 jaar levensduur.

 


Neem vrijblijvend contact met ons op!

Wat valt er precies onder een brandmeldinstallatie?

Een brandmeldinstallatie is veel meer dan een paar rookmelders aan het plafond. Het is een samenhangend systeem dat continu communiceert, test en registreert. Een volledige brandmeldinstallatie bestaat uit:

  • Brandmeldcentrale (BMC) – het brein van het systeem, waar alle signalen samenkomen.
  • Luskaarten en modules – de verbinding tussen de centrale en de melders.
  • Voeding en accu’s – zodat de installatie ook bij stroomuitval blijft werken.
  • Bekabeling – de fysieke infrastructuur die alles verbindt.
  • Melders – automatische (rook, temperatuur, multisensor) en handbrandmelders.
  • Signaalgevers – slow-whoop, flitslichten, ontruiming sirenes.
  • Doormelding – verbinding naar de brandweer (via OMS) of particuliere alarmcentrale (PAC).
  • Koppelingen – met ontruimingsalarminstallatie (OAI), liften, brandkleppen of gebouwbeheersysteem (GBS).

 

Het ontwerp van deze onderdelen volgt NEN 2535; beheer en onderhoud vallen onder NEN 2654-1 (voor de BMI) en NEN 2654-2 (voor de OAI). Voor BMI’s die verplicht zijn vanuit het Bbl is bovendien een inspectiecertificaat verplicht volgens het CCV-inspectieschema.
 

KIWA logo brandbeveiliging
KIWA logo onderhoud brandmeldinstallaties

Signalen dat uw brandmeldinstallatie bijna vervangen moet worden

Soms kondigt een brandmeldinstallatie subtiel aan dat hij bijna vervangen moet worden. Andere keren is het onmiskenbaar. Enkele duidelijke signalen:


Technisch:

  • Stijgend aantal storingsmeldingen of foutcodes.
  • Onderdelen of firmware niet meer leverbaar.
  • Accu’s halen de capaciteitstest niet.
  • Doormelding via 2G/3G vervalt; geen aansluiting meer mogelijk.

Functioneel:

  • Toename van valse alarmen of juist trage detectie.
  • Wijzigingen in gebouwfunctie of compartimentering waardoor projectie niet meer klopt.
  • Verouderde koppelingen met OAI of liften.

Compliance:

  • Niet langer conform NEN 2535 of NEN 2654.
  • Geen geldig inspectiecertificaat terwijl het Bbl dat vereist.
  • Verouderde afspraken met brandweer of PAC.
     

Onderhoud en inspectie brandmeldinstallaties volgens de NEN2654

Een brandmeldinstallatie blijft alleen betrouwbaar als ze goed wordt beheerd. De NEN 2654-1 beschrijft precies hoe dat moet. Zo moet elke organisatie een beheerder van de brandmeldinstallatie hebben: iemand die maandelijks controles uitvoert en het logboek bijhoudt. Daarnaast is periodiek onderhoud door een onderhoudsdeskundige verplicht.

Moderne brandmeldinstallaties kunnen per melder de vervuilingsgraad uitlezen. Dat helpt om tijdig onderhoud uit te voeren en voorkomt ongewenste brandmeldingen of storingen. Goed onderhoud verlengt bovendien de levensduur van de installatie en zorgt dat deze betrouwbaar blijft functioneren.

 

In de praktijk:

  • Maandelijks: visuele controle, test van enkele melders, check doormelding (afgestemd met PAC of brandweer).
  • Per kwartaal/halfjaar: functionele proeven, test van voeding en accu’s.
  • Jaarlijks: volledige onderhoudsbeurt, rapportage en eventueel inspectie.
  • Na verbouwing of functiewijziging: herziening van het PVE en de projectietekeningen.

Zodra de brandmeldinstallatie onder het Bbl valt, moet ook de inspectie conform CCV-schema worden uitgevoerd. Zonder geldig certificaat kan de overheid handhaven en kan een verzekeraar dekking beperken.